Voor wie is Toujeo geschikt?

Toujeo is geschikt voor de behandeling van volwassenen met diabetes mellitus type 1 en 2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
  • U bent allergisch voor één van de stoffen in dit middel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van de bijsluiter.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.

Volg nauwkeurig de instructies met betrekking tot dosering, controle (bloed- en urinetesten), dieet en lichamelijke activiteit (lichamelijk werk en lichaamsbeweging) en injectietechniek, zoals met uw arts is besproken.

Wees vooral alert op het volgende:

  •  Te lage bloedglucosespiegel (hypoglykemie). Als uw bloedglucosespiegel te laag is, volg dan de aanwijzingen voor hypoglykemie (zie de informatie in het kader aan het eind van de bijsluiter).
  • Als u verandert van insuline (van een ander type, merk of fabrikant) is het mogelijk dat uw insulinedosering moet worden aangepast.
  • Pioglitazon. Zie “Gelijktijdig gebruik van pioglitazon en insuline”.
  • Zorg ervoor dat u zeker weet dat u de goede insuline gebruikt. U moet altijd het etiket van de insuline controleren voor iedere injectie om er zeker van te zijn dat u Toujeo niet verwisselt met andere insulines.
  • Als u blind bent of slecht ziet, gebruik dan de voorgevulde pen niet zonder hulp. U bent dan waarschijnlijk niet in staat het dosisvenster van de pen te lezen. Vraag hulp aan een persoon met goede ogen die getraind is in het gebruik van de pen. Als u slechte ogen heeft, lees dan rubriek 3 van de bijsluiter.

Ziekte en verwondingen

In de volgende situaties vraagt het behandelen van uw diabetes meer zorg (bijvoorbeeld bloed- en urinetesten):

  • Als u ziek bent of een ernstige verwonding heeft. Uw bloedglucosespiegel kan hoger worden (hyperglykemie).
  • Als u niet voldoende eet. Uw bloedglucosespiegel kan te laag worden (hypoglykemie).

In de meeste gevallen zult u een arts spreken. Neem contact op met een arts zodra u zich ziek voelt of een verwonding heeft.

Als u diabetes “type 1” heeft en ziek bent of een verwonding heeft:

  • Stop niet met het toedienen van uw insuline.
  • Blijf voldoende koolhydraten eten.

Vertel altijd aan mensen die voor u zorgen of die u behandelen, dat u diabetes heeft.

Behandeling met insuline kan het lichaam ertoe aanzetten om antistoffen tegen insuline aan te maken (stoffen die tegen insuline werken). Maar alleen in zeer zeldzame gevallen zal een aanpassing van uw dosis insuline nodig zijn.

Reizen

Neem voordat u op reis gaat contact op met uw arts. Het kan nodig zijn te praten over:

  • of uw insuline verkrijgbaar is in het land dat u gaat bezoeken,
  • uw voorraden insuline, naalden en andere benodigdheden,
  • hoe u uw insuline op de juiste manier bewaart tijdens uw reis,
  • de tijdstippen waarop u uw maaltijden en uw insuline gebruikt,
  • de mogelijke gevolgen van het overgaan op andere tijdzones,
  • mogelijke gezondheidsrisico’s in de landen die u zult bezoeken,
  • wat u moet doen in noodgevallen als u onwel of ziek wordt.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen of jongeren onder 18 jaar, want er is geen ervaring met Toujeo bij deze leeftijdsgroep.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Toujeo nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Sommige geneesmiddelen kunnen uw bloedglucosespiegel veranderen. Dan kan het nodig zijn uw insulinedosis aan te passen. Vraag daarom, voordat u een geneesmiddel gaat gebruiken, aan uw arts of het uw bloedglucosespiegel zal beïnvloeden en wat u in dat geval moet doen. Wees ook voorzichtig bij het stoppen met een geneesmiddel.

Uw bloedglucosespiegel kan dalen (hypoglykemie) als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • Alle andere geneesmiddelen voor het behandelen van diabetes.
  • Disopyramide – gebruikt bij het behandelen van bepaalde hartaandoeningen.
  • Fluoxetine – gebruikt bij depressie.
  • Antibiotica van het sulfonamidetype.
  • Fibraten – gebruikt om een hoog vetgehalte in het bloed te verlagen.
  • Monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) – gebruikt bij depressie.
  • Angiotensineconverterendenzymremmers (ACE-remmers) – gebruikt bij bepaalde hartaandoeningen of hoge bloeddruk.
  • Geneesmiddelen om pijn te verzachten en koorts te verlagen, zoals pentoxifylline, propoxyfeen en salicylaten (zoals acetylsalicylzuur).
  • Pentamidine – gebruikt bij bepaalde infecties veroorzaakt door parasieten. Dit middel kan een te lage bloedglucosespiegel veroorzaken, die soms gevolgd wordt door een te hoge bloedglucosespiegel.

Uw bloedglucosespiegel kan stijgen (hyperglykemie) als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • Corticosteroïden, zoals cortison – gebruikt bij ontstekingen.
  • Danazol – gebruikt bij endometriose.
  • Diazoxide – gebruikt bij hoge bloeddruk.
  • Proteaseremmers – gebruikt bij het behandelen van HIV.
  • Diuretica – gebruikt bij hoge bloeddruk of overmatig vocht vasthouden.
  • Glucagon – gebruikt bij het behandelen van zeer lage bloedglucosespiegels.
  • Isoniazide – bij tuberculose.
  • Somatropine – een groeihormoon.
  • Schildklierhormonen – gebruikt bij functiestoornissen van de schildklier,
  • Oestrogenen en progestagenen – zoals in de anticonceptiepil voor geboortebeperking.
  • Clozapine, olanzapine en fenothiazinederivaten – gebruikt bij psychische problemen.
  • Sympathicomimetische geneesmiddelen, zoals epinefrine (adrenaline), salbutamol en terbutaline – gebruikt bij astma.

Uw bloedglucosespiegel kan stijgen of dalen bij het gebruik van:

  • Bètablokkers of clonidine – gebruikt bij hoge bloeddruk.
  • Lithiumzouten – gebruikt bij het behandelen van psychische problemen.

Bètablokkers

Net als andere sympathicolytische geneesmiddelen (zoals clonidine, guanethidine en reserpine – gebruikt bij hoge bloeddruk) kunnen bètablokkers het moeilijker maken om de waarschuwingssymptomen van een te lage bloedglucosespiegel (hypoglykemie) te herkennen. Ze kunnen zelfs de eerste signalen van een te lage bloedglucosespiegel maskeren of onderdrukken.

Gelijktijdig gebruik van pioglitazon en insuline
Sommige patiënten met langdurige diabetes mellitus type 2 en hartziekten of een eerdere beroerte die zijn behandeld met pioglitazon en insuline, hebben hartfalen ontwikkeld. Neem zo spoedig mogelijk contact op met uw arts als u symptomen opmerkt van hartfalen, zoals ongewone kortademigheid, snelle gewichtstoename of lokale zwelling (oedeem).

Als een van de bovenstaande situaties voor u geldt (of als u er niet zeker van bent), raadpleeg dan uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u Toujeo gebruikt.

Waarop moet u letten met alcohol?

Uw bloedglucosespiegel kan zowel dalen als stijgen wanneer u alcohol drinkt. U moet uw bloedglucosespiegel vaker controleren dan normaal.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Het kan nodig zijn uw insulinedosis aan te passen tijdens de zwangerschap en vlak na de bevalling. Voor de gezondheid van uw baby is het zeer belangrijk dat uw diabetes goed onder controle is en dat een hypoglykemie wordt voorkomen.

Als u borstvoeding geeft, neem dan contact op met uw arts. Er kunnen aanpassingen van uw insulinedosis en van uw dieet nodig zijn.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Een te lage of te hoge bloedglucosespiegel of problemen met uw gezichtsvermogen kunnen invloed hebben op uw rijvaardigheid en op uw vermogen om gereedschap of machines te gebruiken. Uw concentratievermogen kan verminderd zijn. Dit kan gevaarlijk zijn voor uzelf en voor anderen.

Vraag uw arts of u kunt autorijden als:

  • uw bloedglucosespiegel vaak te laag is,
  • u het moeilijk vindt om de signalen van een te lage bloedglucosespiegel te herkennen.
Toujeo bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, d.w.z. het is in wezen ‘natriumvrij’.